Voor de tentoonstelling Rituelen in het Stedelijk Museum Zwolle ontwikkelde Loes Heebink de installatie Niets is zonder bloed geboren. Het werk vertrekt vanuit het schilderij Het geslachte varken (1670) van Hendrik ten Oever, onderdeel van de collectie van het museum, en onderzoekt de culturele, persoonlijke en rituele lagen die verbonden zijn met slacht en jacht.
De installatie bestond uit meerdere onderdelen die samen een hedendaags drieluik vormden. Twee videowerken met beelden van Mongoolse slachtrituelen en poëtische teksten werden gepresenteerd naast Ten Oevers schilderij, waardoor verleden en heden elkaar direct raakten.
In het midden van de ruimte stond een gedekte tafel met twaalf borden, elk bedrukt met een recept voor het bereiden van reegeit – een verwijzing naar tradities waarin het gehele dier benut wordt, en waarin zorg, respect en noodzaak samenvallen.
Aan de wand in dezelfde zaal hing een serie van elf fotowerken: portretten van jagers, gecombineerd met dubbelbeelden van hun meest memorabele reewildtrofee.
Naast deze museale dialoog bracht Heebink ook persoonlijke lagen in het werk. Een videowerk over haar moeder toonde het borduren van een damasten tafelkleed voor de installatie, waarin een onbedoelde bloedvlek van een prik in de vinger een stille maar indringende aanwezigheid werd.
In een tweede video verbond de kunstenaar het thema direct aan haar eigen lichaam, door te reflecteren op de auto-immuunziekte ITP die kort daarvoor bij haar was vastgesteld. Het risico van leegbloeden maakte de thematiek van bloed en kwetsbaarheid pijnlijk tastbaar.
Met Niets is zonder bloed geboren verweeft Heebink kunsthistorische context, culturele rituelen en persoonlijke ervaring tot een gelaagd geheel. Het werk bevraagt de menselijke relatie tot dier, voedsel en lichaam, en laat zien hoe rituelen — zowel collectief als intiem — betekenis geven aan vergankelijkheid en overleven.
De thematiek van dit project vond later een onverwachte echo in een nieuwe context: het ontwerp dat Heebink in 2025 maakte voor de Statenzaal van de Provincie Drenthe. Ook hier vormde Niets is zonder bloed geboren het uitgangspunt, waarbij de kunstenaar de onderliggende symboliek van bloed, leven en continuïteit vertaalde naar een hedendaagse publieke ruimte. Hoewel dit ontwerp uiteindelijk niet werd gerealiseerd — de keuze viel op een voorstel van een collega-kunstenaar — toont het hoe de artistieke vragen en beelden uit de installatie doorwerken voorbij hun oorspronkelijke presentatie. Het project kreeg zo een vervolg als denkmodel: een reflectie op hoe kunst kan wortelen in erfgoed en tegelijk richting kan geven aan de vormgeving van de publieke ruimte.