De tijdelijke installatie Gedicht voor 1000 handen is gerealiseerd in opdracht van de provincie Drenthe en Waterschap Reest en Wieden en maakte deel uit van de Kunstmanifestatie Oranjekanaal.
Het werk is gesitueerd in het Drentse landschap en verwijst naar de geschiedenis van arbeid en ontginning in dit gebied. Het gelaagde land en de natte bodem vormen de fysieke en inhoudelijke context van het gedicht. Duizend handen die groeven en werkten staan symbool voor de vele anonieme mensen die hier hebben geleefd en gewerkt, en voor hen die daarbij het ‘onderspit’ dolven.
In het gedicht klinken verwijzingen naar het verleden door als echo’s in het landschap. Beelden van stilstaand water en fata morgana’s markeren de grens tussen herinnering en verbeelding. De installatie in de sluis nodigt uit tot aandacht en reflectie, en functioneert als een ingetogen gedenkteken — licht van toon, zonder monumentaal te willen zijn.